Verbindingssleutels (App Key en Secret) aanmaken, Snel Verbinden gebruiken en een koppeling intrekken.
Om je boekhoudsoftware te koppelen met het eConnect-platform heb je verbindingssleutels nodig. Dit zijn een App Key en een Secret waarmee je software veilig communiceert met het eConnect-platform. In een paar stappen maak je ze aan.
Verbindingssleutels bestaan uit twee onderdelen:
Samen vormen ze de inloggegevens waarmee je software facturen kan versturen en ontvangen via eConnect. Behandel het Secret als een wachtwoord, deel het niet openbaar.
Na het aanmaken voer je de sleutels in bij je softwarepakket. De exacte locatie verschilt per pakket, maar volgt doorgaans dit patroon:
Bij sommige pakketten (zoals via Snel Verbinden) kun je de sleutels met CTRL+V in één keer plakken in het koppelingsvenster.
Met Snel Verbinden voer je de sleutels versneld in. In plaats van de App Key en het Secret apart te kopiëren, opent er een koppelingsvenster waar je met CTRL+V beide sleutels tegelijk plakt.
Tip: Het e-mailadres dat je invult bij Snel Verbinden moet het adres zijn dat gekoppeld is aan de administratie in je softwarepakket. Gebruik niet het e-mailadres van je eConnect-account.
Als je meerdere organisaties in je omgeving beheert, maak je per organisatie een aparte set verbindingssleutels aan. De App Key is uniek per organisatie-koppeling. Het is mogelijk om dezelfde API-sleutel te gebruiken voor meerdere organisaties binnen hetzelfde softwarepakket, maar de organisatie-specifieke identifier (zoals de eConnect ID) moet per organisatie worden ingesteld.
Als je het Secret bent kwijtgeraakt, kun je geen nieuw Secret opvragen, je moet een nieuwe set verbindingssleutels aanmaken. De oude sleutels worden daarmee ongeldig. Vergeet niet om de nieuwe sleutels ook in je software bij te werken.
De verbindingssleutels bieden beveiligde toegang tot je eConnect-organisatie. Houd daarom rekening met:
Wil je overstappen naar een andere koppelmethode of stop je met een softwarepakket? Dan kun je de verbinding intrekken.
Na het intrekken kun je de verbinding volledig verwijderen: ga terug naar het overzicht, klik op de drie puntjes naast de ingetrokken verbinding en kies Verwijder verbinding.
Trek ook in je softwarepakket de koppeling in. Anders blijft de software proberen via de oude sleutels te communiceren.
Wil je opnieuw koppelen? Maak een nieuwe set verbindingssleutels aan. De oude sleutels werken niet meer na het intrekken.
Let op: Als je overstapt naar de Autopilot, moet je de oude verbinding eerst intrekken. Twee actieve koppelingen naar dezelfde administratie kunnen conflicteren.
Het intrekken heeft geen invloed op facturen die al zijn verstuurd of ontvangen. Nieuwe facturen worden niet meer uitgewisseld via de oude verbinding. Facturen die klaarstonden maar niet zijn opgehaald, kun je later alsnog ophalen door opnieuw te koppelen en "API opnieuw aanbieden" te gebruiken.
Als je het Secret bent kwijtgeraakt, kun je geen nieuw Secret opvragen. Je moet een nieuwe set verbindingssleutels aanmaken, waarmee de oude sleutels ongeldig worden. Vergeet niet om de nieuwe sleutels ook in je software bij te werken.
Het is mogelijk om dezelfde API-sleutel te gebruiken voor meerdere organisaties binnen hetzelfde softwarepakket, maar de organisatie-specifieke identifier (zoals de eConnect ID) moet per organisatie worden ingesteld. Voor de beste beveiliging is het aan te raden per organisatie een aparte set sleutels te gebruiken.
Het intrekken heeft geen invloed op facturen die al zijn verstuurd of ontvangen. Nieuwe facturen worden niet meer uitgewisseld via de oude verbinding. Facturen die nog klaarstonden, kun je later ophalen door opnieuw te koppelen.
Klaar om je software te koppelen? Bekijk welke integratiemethode bij jouw pakket past.
Maak verbindingssleutels aan